Persoonlijke levenssfeer; advocaat toch belangrijk?

Cornelis van der Sluis 10-09-2025
0 reacties

De bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de ingeschakelde advocaat

In augustus vond de Raad van State (Raad van State 13 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3870) de advocaat niet zó bijzonder dat diens adviezen per definitie geheim konden blijven met een beroep op 'het goed functioneren van de overheid'  (artikel 5.1, lid 2 onder i) of de bescherming van 'persoonlijke beleidsopvattingen in documenten van intern beraad' (artikel 5.2). Zie daarover dit bericht. In deze uitspraak van de Raad van State (10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4322), krijgen we toch een ander beeld.

De naam van de advocaat geheim 

Verzoeker wenste openbaarmaking van documenten die betrekking hebben op zijn aanvraag om een omgevingsvergunning. De gemeente heeft verschillende stukken (gedeeltelijk) openbaar gemaakt. Geweigerd zijn de namen van advocaten met een beroep op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 5.1, lid 2 onder e).

De rechtbank meende dat dit niet kon. Advocaten treden naar de aard van hun functie in de openbaarheid. Want hoe zit het ook alweer met die e-grond bij personen die bij of voor de overheid werken? Het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer kan zich verzetten tegen openbaarmaking van namen van medewerkers die niet wegens hun functie in de openbaarheid treden. Gaat het om dergelijke personen dan dient de verzoeker om informatie aannemelijk te maken dat het belang van de openbaarheid in een concreet geval zwaarder weegt. Daaruit volgt dus ook dat zij die wel in de openbaarheid treden, deze bescherming in beginsel niet toekomt. 

De Raad van State meent dat de advocaat niet zonder meer vanuit hun functie in de openbaarheid treden. Dit vanwege ondermeer hun, volgens de Raad van State, bijzondere positie binnen de rechtsstaat: zij verlenen rechtsbijstand en geven juridisch advies en zijn daarbij onder meer gebonden aan de kernwaarden onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid. Om hun functie volgens deze kernwaarden uit te oefenen zullen advocaten in beginsel juist niet in de openbaarheid treden. Dat advocaten ook als procesvertegenwoordiger namens het college optreden, maakt dit niet anders (stelt de Raad van State verwijzend naar de uitspraak van 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1231, r.o. 7.2).

Maar niet altijd?

Of de conclusie nu kan worden getrokken dat de naam van de advocaat dus zondermeer gelakt kan worden, valt te bezien. Sowieso is de verwijzing naar die eerdere uitspraak, over het feit dat procesvertegenwoordiging niet maakt dat men naar de aard van de functie in de openbaarheid treedt (Raad van State 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1231), niet direct overtuigend. In die zaak maakte men duidelijk dat daar sprake was van incidentele procesvertegenwoordiging. Bovendien ging het om de naam van een ambtenaar. Dat incidentele is bij de advocaat natuurlijk wat minder aan de orde. De naam van de advocaat wordt bovendien in gepubliceerde uitspraken in de regel niet gepubliceerd (zo ook niet in de uitspraak van 10 september).

Bovendien valt er best wat voor te zeggen - en helemaal uitsluiten doet de Raad van State dat ook niet (al maakt de link naar de uitspraak uit 2019 dat je die conclusie wel snel zou trekken) - dat er een onderscheid wordt aangebracht naar de handeling die de advocaat verricht. Dat zou er op uitkomen dat de adviserende advocaat wel anoniem mag blijven, maar de procederende advocaat niet. Vlg. in deze lijn deze uitspraken: Rechtbank Rotterdam 12 maart 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:3498 en Rechtbank Amsterdam 3 december 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:8069.

De tijd zal het leren of de Raad van State deze nuancering toch ook aanbrengt binnen of juist contrair aan de hier besproken uitspraak.

Afbeeldingen

Bekijk ook

Blijf op de hoogte en meld je aan voor de nieuwsbrief  

Aanmelden

 

 


Contact

010 840 02 33
info@nkoo.nl

Postadres: Postbus 3107, 3003 AC, Rotterdam
Bezoekadres: Hofplein 20, 3032 AC, Rotterdam

 

 

 

 

Cookie-instellingen