Uitzonderingen: Woo = Wob (met nuances)

Cornelis van der Sluis 19-11-2025
0 reacties

Over toetsing door de rechter en de weging van belangen

Een kaderstellende uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5627) over het toepassen van uitzonderingsgronden door het bestuursorgaan en de beoordeling van dat toepassen door de rechter.

Utizondering: toepassen en beoordelen

De Raad van State maakt duidelijk dat het beoordelingskader voor uitzonderingen onder de Woo niet anders is dan onder de Wob. Dit is niet anders geworden door enkele bijzondere aspecten die de Woo qua motiveren met zich brengt.

Zo stelt artikel 5.1, lid 3 dat het toepassen van relatieve uitzonderingen (lid 2) uitdrukkelijk wordt gemotiveerd. Een onnodige bepaling overigens, want dit volgt al uit het motiveringsbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht.

Daarnaast geeft de Woo ook iets nieuws met artikel 5.3, namelijk dat extra gemotiveerd moet worden of een uitzonderingsgrond (uit lid 1 of 2) wel aan de orde is als informatie ouder is dan vijf jaar. Deze uitspraak maakt in dat kader overigens duidelijk dat bij het bepalen van die vijf jaar het moment van het besluit van belang is.

Dit alles laat onverlet dat de verhouding tussen bestuursorgaan en rechter over de uitzonderingen hetzelfde blijft als onder de Wob. Het uitgangspunt is dat de bestuursrechter vol toetst of het ingeroepen belang (een uitzonderingsgrond) aan de orde is. Bij de toepassing van de uitzondering (weegt dat belang zwaarder dan het belang van openbaarheid) heeft het bestuursorgaan beoordelingsruimte. Daaruit volgt dat de rechter dat aspect wat meer terughoudend toetst. Bij die weging staat echter wel voorop dat het recht op toegang tot informatie zwaar weegt. Daaruit volgt dan weer dat het bestuursorgaan van goede huize moet komen om de rechter te overtuigen dat de weging van belangen de kant van geheimhouding opviel. Het is niet voor niets "alles openbaar, tenzij..."!

Buitenlandse betrekkingen

Die beoordeling pakt in deze kwestie zo uit dat het beroep op de internationale betrekkingen voor een goed deel stand houdt (artikel 5.1 lid 2 onder a). De Raad van State kan zich bij veel documenten voorstellen dat de internationale contacten stroever zullen gaan verlopen. Soms ziet de Raad van State dat - gelet op de inhoud van de documenten - ook anders.

Goed functioneren

Zo mag ook openbaarmaking van stukken die ter voorbereiding van de ministerraad zijn opgesteld, integraal worden geweigerd met een beroep het ‘goed functioneren’ (artikel 5.1 lid 2 onder i).

Deze grond kan - zo blijkt ook uit meer uitspraken - niet te gemakkelijk worden ingezet. Zo wordt hier duidelijk gemaakt dat stukken die informatie bevatten ten behoeve van de voorbereiding van de minister op een debat in het parlement niet zo maar gedeeltelijk geweigerd mogen worden. Het is naar het oordeel van de Raad van State (in navolging van de rechtbank) niet zonder meer aannemelijk dat openbaarmaking van de informatie zijn goede taakuitoefening zal ondergraven. Meegewogen wordt ook dat vergelijkbare documenten wel openbaar heeft gemaakt.

Het 'goed functioneren' kan ook niet te gemakkelijk worden ingeroepen omdat een procespositie in een civiele procedure zou kunnen worden ondermijnd. Het gaat bij een specifiek document hier immers slecht om informatie die zeer algemeen van aard is en die niet ziet op een concrete juridische procedure. Dan is deze grond niet aan de orde. A contrario kan uit de uitspraak dus ook worden opgemaakt dat deze gornd wel in beeld komt als de informatie concreter op de zaak betrekking heeft.

Inventarislijst

De Raad van State zegt ook het nodige over de in acht te nemen zorgvuldigheid bij het nemen van besluiten op grond van de Woo.

Het zorgvuldigheidsbeginsel is onder meer in de Woo verdisconteerd door de plicht om er zoveel mogelijk zorg voor te dragen dat de informatie die het overeenkomstig deze wet verstrekt, actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar is (artikel 2.4 lid 2). Dat brengt ook met zich dat een bestuursorgaan bij het verstrekken van openbaar gemaakte documenten duidelijk maakt wat het heeft verstrekt. Een inventarislijst ligt dan voor de hand en lijkt al bijna een vereiste als het besluit simpelweg ziet op heel veel documenten (zie eerder al Raad van State 4 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3571).

In de hier gehanteerde lijst stonden er fouten. Toch maakt dit niet dat de rechtbank uiteindelijk ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister de besluitvorming voldoende zorgvuldig het toch voldoende had gedaan. Vooral het erkennen van de fouten, het deels repareren en ook overigens wat er uit de documenten blijkt, maakt dat het besluit voldoende was op dit punt.

De Raad van State geeft wel een duidelijk tip voor hen die werken aan Woo-besluiten. Begonnen wordt met de doodoener dat een bestuursorgaan er in het algemeen goed aan doet om in een inventarislijst correcte informatie op te nemen. Nuttig is wel dat vervolgens wordt opgemerkt dat, in het geval precieze of eenduidige gegevens over een document ontbreken of niet gemakkelijk te achterhalen zijn, dit dan op de inventarislijst tot uitdrukking wordt gebracht.

Interssant is dat de Raad van State hierbij betreft dat door internet-publicatie van de inventarislijst samen met de besluiten en de openbaar gemaakte documenten,  het gemakkelijk een breder publiek kan bereiken dan alleen de verzoeker. Daarmee anticipeert de Raad van State al op een van de volgende tranches waarmee delen van artikel 3.3 Woo in werking zullen treden en dus ook de Woo-besluiten voor eenieder beschikbaar zullen komen.

 

Afbeeldingen

Bekijk ook

Blijf op de hoogte en meld je aan voor de nieuwsbrief  

Aanmelden

 

 


Contact

010 840 02 33
info@nkoo.nl

Postadres: Postbus 3107, 3003 AC, Rotterdam
Bezoekadres: Hofplein 20, 3032 AC, Rotterdam

 

 

 

 

Cookie-instellingen