De verdere inwerkingtreding van de Woo - het is nog wachten op de informatiecategorieën die actief openbaar gemaakt moeten worden - wordt wederom uitgesteld, zo volgt uit deze brief van het ministerie van BZK. De reden is gelegen in gebreken in de techniek. Moet dit gevolgen hebben voor de praktijk?
Wat moet nu?
Een belangrijk speerpunt van de initiatiefnemers van de Woo was het actief openbaar maken. Hoewel dat onder de Wob al kon, zou daar te weinig gebruik van worden gemaakt. Met een lijst van soorten documenten verplicht de Woo (artikel 3.3 Woo) tot het openbaar maken van de daar genoemde informatie zonder dat iemand er om vraagt.
Anders dan de hiervoor opgenomen link naar artikel 3.3 Woo doet vermoeden, is dat artikel nog niet in zijn geheel in werking getreden. Wat wel nu geldt, is mooi te zien als we naar wetten.nl gaan. De niet erg spannende categorieën van wetten, bereikbaarheidsgegevens etc. zijn per 1 november 2024 in werking getreden (zie hierover dit blog). De rest dus nog niet.
Waarom de rest nog niet?
Het overige laat al een tijdje op zich wachten. Mooie prognoses van verder inwerkingtreding in 2025 ten spijt. Dat heeft niet direct te maken met onwil. De reden is wat simpeler. Het kan nog niet (zo goed).
De reden daarvoor is niet zozeer gelegen in het feit dat actief openbaar maken niet zo simpel is als het lijkt (zie o.a. dit artikel in Tijdschrift voor Constitutioneel Recht voor de (juridische) uitdagingen). Een en ander ligt meer in 'het technische'.
Zoals de al genoemde brief van BZK laat zien is de zogeheten Generieke Woo Voorziening (GWV) nodig en de oplevering daarvan is vertraagd. Dat deze GWV nodig is, heeft te maken met een ogenschijnlijk sympathieke wens van de initiatiefnemers van de Woo om een plek te creëren waar alles wat openbaar gemaakt moet worden ook te vinden is (uiteindelijk voorgeschreven in artikel 3.3b Woo). Eerder werd dat hier wel een register-light genoemd, verwijzend naar het eerder al afgevallen omvangrijkere registeren waarin alle opgemaakte en ontvangen documenten bij de overheid online te vinden zouden moeten zijn.
Bij de wetsbehandeling werd daarbij gedacht aan PLOOI. Dat zou erg goed functioneren (zie ook dit item op iBestuur dat in dit blog werd aangehaald). Geen probleem dus om de verdere inwerkingtreding van artikel 3.3 Woo dus afhankelijk te stellen van deze techniek.
Toch bleek dat minder slim van de wetgever. PLOOI werkte niet en daarmee verloor het actief openbaar maken enigszins momentum (zie dit blog). De Woo-index zag het licht maar in dat kader staan we nu weer een tijd verder met nog altijd de nodige technische uitdagingen, zo blijkt uit de BZK-brief.
Maar toch maar doen!
Dus die verplichting, die geldt nog even niet. Alle reden om de aandacht en middelen dan maar aan iets anders te besteden? Allerminst (zo stelt bijvoorbeeld ook de VNG)! Los van het feit dat artikel 3.3 op termijn toch echt in werking zal treden - en het actief openbaar maken dus niet heel simpel is - heeft actief openbaar maken ook dermate positieve gevolgen, dat overheden hier nu al toe over kunnen (en moeten) gaan.
Dat het (juridisch) kan, volgt uit de inspanningsverplichting (artikel 3.1 Woo). Die geeft nu al een grondslag om informatie zonder een verzoek openbaar te maken. Dat kan zelfs voor categorieën die op termijn via de algemene regeling in artikel 3.3 Woo zijn uitgesloten (vgl. recent nog maar eens voor boetebesluiten, Rechtbank Den Haag 16 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:833).
Dat het nuttig en nodig is, ligt besloten in de gedachte van de wetgever bij actief openbaar maken. Het vergroot het vertrouwen tussen burgers en overheid, omdat een constante stroom van informatie over activiteiten en besluiten participatie stimuleert en verantwoording versterkt. Het bereikt ook groepen die minder bedreven zijn in het indienen van verzoeken. Het kan, onder omstandigheden, misschien zelfs een stortvloed aan Woo-verzoeken voorkomen. Een en ander nog los van mogelijk andere baten van transparantie (zie daarover het recente rapport van Open State Foundation en Instituut Maatschappelijke Innovatie).
Zie ook ons eerdere blog over de nut en noodzaak van het aan de slag gaan met de inspanningsverplichting.
Meer?
Meer weten over actief openbaar maken? Zie de verschillende blogs en artikelen, praat door op ons platform én kom naar de training in maart of oktober of doe meer aan de intervisie-sessies specifiek gericht op dit onderwerp.