Eerder schreven we hier al over de conclusie van de de advocaat-generaal bij de Hoge Raad (zie blog) over de vraag of ook sprake kan zijn van een schending van het ambtsgeheim als informatie wordt gedeeld waar geen expliciete geheimhouding op rust. De Hoge Raad (13 januari 2026, ECLILN:HR:2026:32) heeft een uitspraak gedaan waar menig bestuurder zich indringend bewust van moet zijn.
De conclusie is helder, en een duidelijk signaal voor eenieder die kennis heeft van informatie waar geheimhouding op rust óf waar geheimhouding volgt uit andere omstandigheden.
Het toetsingskader omvat artikel 272 Sr, dat strafbaarstelling geeft voor het schenden van 'enig geheim', en de toepasselijke gemeentelijke regels omtrent beslotenheid van collegevergaderingen uit de Gemeentewet. In het licht van de wetsgeschiedenis en de eerdere rechtspraak wordt overwogen dat een geheimhoudingsverplichting ook kan voortvloeien uit het ambt zelf, de eed of een gedragscode, en dat artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) - maar in zoverre dus ook artikel 5.1 van de Wet open overheid - bij de uitleg van geheimhouding van belang is.
De Hoge Raad overweegt dat het hof op basis van vastgestelde feiten kon aannemen dat de betreffende e-mail en de bijbehorende informatie - doorgestuurd door de wethouder aan een derde buiten het college - bestemd waren om niet openbaar te worden voordat het college daarover had beraadslaagd. De relevante omstandigheden (voor hof en Hoge Raad) daarbij zijn dat de stukken in een dichte enveloppe waren verspreid, in iBabs met een 'slotje' waren gemarkeerd en dat de inhoud van de e-mail onderdeel werd van het conceptraadsvoorstel. Het doorsturen van die e-mail aan een derde buiten het college ondermijnde het vertrouwelijk beraad, en het hof heeft verklaard dat de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van zijn wethouderschap verplicht was tot geheimhouding.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof dan ook terecht heeft gemeend dat de wethouder verplicht was tot geheimhouding en dit heeft geschonden. Dus is er sprake van een ambtsmisdrijf.