Rechtbank Den Haag: maken hoeft niet, ook onder de Woo!

Documenten maken (vervaardigen) hoeft niet. Dat wisten we van de rechtspraak onder de Wet openbaarheid van bestuur (zie bijvoorbeeld deze annotatie). Is dat onder de Woo anders wegens het vorderingsrecht van artikel 4.2? Nee, aldus de Rechtbank Den Haag in deze uitspraak

Is het er?

De verzoeker mag alles vragen wat hij/zij wil hebben. Als het er niet is, dan houdt het op. Het bestuursorgaan hoeft dus niets te maken, al is het maken van een printscreen wel iets wat gevraagd kan worden (zie onder 3, subparagraaf 4 van dit artikel). Een bepaalde inspanning kan worden verlangd, maar allerlei berekeningen maken en of data samenvoegen gaat te ver en hoeft dus niet (zie dit bericht).

Anders onder de Woo?

In de kwestie waar de Rechtbank Den Haag zich in deze uitspraak over moet uitlaten, ligt de vraag voor of er iets is veranderd onder de Wet open overheid. Eiser in deze kwestie stelt dat de overheid – in dezen de Raad van State (recent ook al betrokken in een andere kwestie) – “een volmachtregister” zou moeten hebben en, mocht het er niet zijn zou moeten vervaardigen. Eiser meent dat die verplichting er is en dat die volgt uit de mogelijkheid om informatie van elders te vorderen (artikel 4.2, lid 2, Woo). Die bepaling is een codificering van de rechtspraak over “al het redelijkerwijs mogelijke” doen om informatie te achterhalen die had behoren te berusten bij het bestuursorgaan maar er niet meer is. Dat ging soms zo veer, dat de opdracht ook werd gegeven om informatie op te vragen bij de aanvrager van een vergunning (zie dit bericht).

De Woo gaat verder: de overheid kan (of moet) de informatie die er had behoren te berusten vorderen bij de ander. De vordering kan zelfs gepaard gaan met een dwangsom. De rechtbank ziet hierin terecht geen grond voor de plicht om documenten te vervaardigen. Dat is duidelijk niet de bedoeling van dit artikel.

Hoe ver reikt het vorderingsrecht?

Interessant is wat de rechtbank in dat kader aangeeft over het vorderingsrecht en het begrip in artikel 4.2 dat te vorderen documenten zijn, die documenten die op grond van een “wettelijk voorschrift” behoren te berusten bij het orgaan. Eerder noemde de Rechtbank Amsterdam ook dit artikel zonder duidelijk te maken hoever dit vorderingsrecht reikt. De Rechtbank Den Haag stelt dat deze toevoeging dat het gaat om documenten die op grond van en wettelijk voorschrift behoren te berusten bij de overheid, maakt dat het gaat om informatie die bewaard moet worden of die gedeeld zouden moeten zijn met anderen. Het zou dan gaan om documenten die op grond van bijvoorbeeld de Archiefwet 1995 onder het bestuursorgaan hadden moeten berusten.

Als we deze lijn doortrekken kan worden gesteld dat de zorgplicht van artikel 2.4, lid 1, Woo (ook een wettelijk voorschrift, vergelijkbaar met de kaders van de Archiefwet) met zich brengt dat de vordering kan zien op alle documenten die het bestuursorgaan heeft vervaardigt of ontvangen. Of het echt zover gaat, moet de praktijk verder uitwijzen. Wel alle reden om goed en zorgvuldig om te gaan met het vormgeven van de informatiehuishouding.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *