Soms ben je je er als organisatie niet van bewust dat je bestuursorgaan bent. Dat kan pas blijken doordat iemand meent dat je dit bent en opkomt tegen een handeling van de organisatie (of een andere organisatie). Dit overkwam het zogeheten dekenberaad.
Woo als bewustwordingsinstrument
De Wet open overheid is van toepassing op alle bestuursorganen in Nederland. De wetgever vond het nodig dat ook enkele andere organisaties, zoals de Nationale Ombudsman of de Raad voor de Rechtspraak, 'te Woo-en' zijn. Die organisaties zijn onder de Woo gelijkgesteld met een bestuursorgaan (zie artikel 2.2).
Onder de voorganger van de Woo, de Wet openbaarheid van bestuur, werd menig bestuursorgaan zich pas bewust bestuursorgaan te zijn, doordat iemand naar aanleiding van een verzoek om informatie een bestuursrechtelijke rechtsgang (bezwaar en beroep) meende te kunnen instellen tegen een bericht van die instantie. Bijvoorbeeld de afwijzing van het verzoek om informatie.
Dekenberaad dus ook!
Het dekenberaad bestaat uit de dekens van de orden in de arrondissementen en de deken en secretaris van de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten nemen deel van het overleg van het dekenberaad, tenzij het dekenberaad anders beslist. Via de Woo komt dit beraad erachter dat het een bestuursorgaan is.
Dit inzicht komt wat indirect. De Woo kent een doorzendplicht voor een bestuursorgaan als die weet heeft dat bij een ander bestuursorgaan meer informatie is te halen (artikel 4.2 Woo). In dit geval meende de deken - sowieso een bestuursorgaan want als orgaan genoemd in de Advocatenwet - dat van een doorzendplicht naar het dekenberaad geen sprake hoefde te zijn. De Rechtbank Oost-Brabant (10 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2284) oordeelt dat wel had moeten worden doorgezonden. Dit omdat het dekenberaad een bestuursorgaan zou zijn.
Waarom is het dekenberaad een bestuursorgaan?
De rechtbank komt tot dit oordeel omdat sprake is van een zogeheten publiekrechtelijke grondslag. Dat zit zo. In artikel 28, tweede lid, aanhef en onder e, van de Advocatenwet is het college van afgevaardigden de bevoegdheid toegekend om bij of krachtens verordening regels betreffende de huishouding en de organisatie van de Nederlandse orde van advocaten te stellen.
Die regels vinden we onder meer in de Verordening op de advocatuur (Voda). Daar staat iets over de organisatie van de Nederlandse orde van advocaten. In dit hoofdstuk worden raden en commissies ingesteld, waaronder in artikel 2.5. van de Voda het dekenberaad.
Het dekenberaad is met de vaststelling van de Voda ingesteld. In artikel 2.6. van de Voda zijn de werkzaamheden van het dekenberaad opgenomen.
Dat het dekenberaad uitsluitend tot taak heeft feitelijke handelingen te verrichten maar wel een publiekrechtelijke grondslag heeft, is al voldoende om van een bestuursorgaan te spreken, aldus de rechtbank.
Wie nog meer?
Wat iets of iemand mag doen, maakt dus voor het zijn van bestuursorgaan niet uit. Is er en publiekrechtelijke grondslag, dan is het daarmee een gegeven dat sprake is van een bestuursorgaan. Dat heeft mij al eerder tot de conclusie gebracht (zie eerder dit blog) dat de Woo-contactpersoon een bestuursorgaan is. De publiekrechtelijke grondslag is immers gelegen in artikel 4.7 Woo. Daar is bijvoorbeeld de VNG het niet mee eens, maar ik kan het niet anders zien.
Hoe ridicuul ook in de uitwerking uiteraard nu ieder bestuursorgaan een contactpersoon moet aanwijzen. En los daarvan, de gedachte van de wetgever met de contactpersoon was dat het een informeel figuur was die informatiezoekende personen zou helpen (zie dit blog). Maar goed, hoezeer de functie informeel is bedacht en de handelingen in beginsel louter feitelijk van aard zullen zijn, formeel wordt het door bij wet in formele zin een grondslag te creƫren. Misschien had de wetgever er goed aan gedaan de eis van het hebben van zo'n functie toch niet in de wet op te nemen...